Aziatische kippen in Brussel: een teken des tijds?
Half januari werden twee kleine vogels uit Azië gezien op de campus Plaine van de VUB. De verschijning van een Pallasgrasmus en een Humegrasmus, soorten die normaal beperkt zijn tot de taiga en Zuidoost-Azië, roept vragen op bij wetenschappers en stadsbewoners over de evolutie van migratieroutes en de rol van steden als onverwachte toevluchtsoorden voor biodiversiteit.
Een unieke bijeenkomst in het hart van de stad
De Plaine campus, in het hart van de Brusselse agglomeratie, staat meestal bekend om zijn universiteitsgebouwen en wegenknooppunten. Maar hier werden alle ornithologische voorspellingen gedwarsboomd door een vogel ter grootte van een grote duim en een andere iets grotere. De Pallasgrasmus, herkenbaar aan zijn dunne bleke streep op de schedel en zijn vedergewicht van minder dan 10 gram, kruiste zijn vleugels met de iets grotere Humegrasmus. Midden in de winter, bijna 1.200 kilometer van hun gebruikelijke overwinteringsgebied, verraste hun aanwezigheid alle waarnemers. Deze zeldzame gebeurtenis bracht vogelliefhebbers en onderzoekers samen en opende de deur naar een debat over het vermogen van steden om migrerende tussenstops te bieden, zelfs tijdelijk.
Oorsprong en levenswijze van Aziatische Warblers
Deze twee soorten Phylloscopus nestelen ’s zomers in de uitgestrekte Siberische taiga, voordat ze naar Zuidoost-Azië trekken om te overwinteren. In de praktijk strekt hun reis zich uit over duizenden kilometers, onderbroken door essentiële voedselstops: insecten, spinnen en kleine rupsen vormen het hoofdmenu van deze acrobaten van het gebladerte. Een steeds wisselvalliger winter, zelfs mild in Noord-Europa, lokt ze soms naar ongewone streken, maar meestal zijn ze in de herfst te vinden aan de kusten van het Kanaal of de Noordzee. In Brussel hebben ze te kampen met uitgesproken kou en beperkte voedselbronnen, waardoor hun tussenstop veel hachelijker is dan aan zee.
Waarom deze afleiding?
Er zijn verschillende mogelijke verklaringen naar voren gebracht door specialisten. Volgens Mario Nianne, voorzitter van de Koninklijke Belgische Liga voor Vogelbescherming, “nemen sommige vogels een verkeerde route of verdwalen en komen naar het westen”. Concreet zou een “migratiebug” als gevolg van weersafwijkingen of magnetische storingen deze afwijking kunnen verklaren. Maar hij opperde ook de mogelijkheid van een uitbreiding van de Aziatische populatie of “scouting” van individuen op zoek naar nieuwe nicheterritoria. Op grotere schaal wordt dit fenomeen van ‘vagrancy’ - vogels die van hun normale route afwijken - steeds vaker waargenomen in zowel Europa als Noord-Amerika en roept vragen op over de gecombineerde effecten van klimaatverandering en toenemende verstedelijking.
Een fragiele strijd om te overleven
Overleven in een stedelijke omgeving, zelfs aan de rand van een campus, is geen geringe prestatie voor deze zangvogels. “Een kleine insectenetende vogel kan tijdens een koude nacht meer dan 10% van zijn lichaamsmassa verliezen. Dat is een enorm verlies in verhouding”, waarschuwt Mario Nianne. Bij gebrek aan voldoende insecten en geconfronteerd met stedelijke roofdieren zoals zwerfkatten en roofvogels, wordt elke nacht een uitdaging. Op de lange termijn is er geen garantie dat ze de winter overleven of in het voorjaar de weg terugvinden naar hun broedgebieden. Deze onzekerheid onderstreept de dringende noodzaak om het aantal groene ruimten en stedelijke vijvers te vergroten om trekvogels van voedsel te voorzien, zelfs als dit toevallig gebeurt.
Tussen wetenschappelijke waakzaamheid en mobilisatie van burgers
Het verschijnen van deze twee fluiters benadrukte ook de sleutelrol die citizen science speelt. Amateur ornithologen, gewapend met telescopen en toepassingen voor het verzamelen van gegevens, hebben de aanwezigheid van de vogels kunnen bevestigen en hun bewegingen kunnen volgen. In Brussel zijn nu verschillende initiatieven aan de gang om deze waarnemers samen te brengen in een netwerk om landloperij in de gaten te houden. Tegelijkertijd stimuleren de groenbeheerders van de stad de aanplant van inheemse bomen en de aanleg van bloemperken die gunstig zijn voor insecten. “Ze beproeven hun geluk”, vat Mario Nianne het filosofisch samen, erop wijzend dat elke kleine maatregel ten gunste van de natuur helpt om een sprankje hoop te bieden aan deze verloren reizigers.
Vooruitzichten: een keerpunt voor stedelijk beleid
Op langere termijn werpt de toevallige komst van deze Aziatische kipduiven een cruciale vraag op: kunnen steden, die gewend zijn om als barrière te fungeren voor migrerende fauna, echte corridors voor biodiversiteit worden? Om dit doel te bereiken is samenwerking tussen wetenschappers, lokale overheden en het grote publiek essentieel. We moeten ons landschap aanpassen - fruitbomen planten, wetlands, groene daken - en het publiek bewust maken van de kwetsbaarheid van voedselketens. In Brussel, net als elders, hebben deze paar gram vleugels een nieuw bewustzijn aangewakkerd: gezien de omvang van de klimatologische en ecologische omwentelingen telt elk stukje natuur, zelfs een handvol hectare, als we ervoor willen zorgen dat het onverwachte niet langer rijmt met het onmogelijke.


0 reacties