De Lijn in hoger beroep veroordeeld voor discriminatie van rolstoelgebruikers

door | 16 dec 2025 | Nieuws Brussel

Rate this post

Toegankelijkheid in Vlaanderen: De Lijn bekritiseerd voor discriminatie van rolstoelgebruikers

Het Hof van Beroep in Antwerpen heeft de veroordeling van De Lijn voor het belemmeren van de toegang van rolstoelgebruikers tot haar busnetwerk bevestigd. Zestien incidenten tussen 2018 en 2023 werden geacht een “systematisch patroon” van discriminatie aan het licht te brengen. Deze uitspraak heropent het debat over de doeltreffendheid van de rechten van personen met een handicap in het openbaar vervoer.

Een dubbele veroordeling voor systematische discriminatie

In december 2023 had de rechtbank van eerste aanleg in Mechelen al geoordeeld dat De Lijn het Vlaams gelijkekansenbesluit en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap overtrad. Na een beroep van de vervoersmaatschappij bevestigde het Hof van Beroep van Antwerpen op maandag 16 december de initiële beslissing. Concreet moet De Lijn 1.300 euro per incident betalen aan de vier eisers, dus een aanzienlijk bedrag per ondervonden hindernis.

Het Hof wees erop dat tussen 2018 en 2023 zestien afzonderlijke incidenten de aandacht vestigden op chauffeurs die niet stopten bij haltes die bestemd waren voor rolstoelgebruikers, of bussen waarvan de oprijplaten niet functioneerden. Volgens het vonnis waren deze moeilijkheden niet toevallig, maar maakten ze deel uit van een terugkerende praktijk die de mobiliteit van personen met beperkte mobiliteit bijzonder precair maakte.

Een veeleisend maar onvolledig wettelijk kader

Sinds 2009 is België verplicht om te voldoen aan het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. In Vlaanderen vult het Decreet Gelijke Kansen dit aan door van vervoersmaatschappijen te eisen dat ze “redelijke aanpassingen” voorzien om de toegankelijkheid voor alle gebruikers te garanderen. In de praktijk betekent dit dat voertuigen uitgerust moeten zijn met functionele oprijplaten en dat chauffeurs opgeleid moeten zijn om die oprijplaten te gebruiken.

Lire aussi :  Noch België, noch Brussel anticiperen voldoende op klimaatverandering, volgens Brulocalis

De naleving heeft echter vertraging opgelopen. Ondanks duidelijke verplichtingen heeft De Lijn na elke klacht geen tastbaar bewijs geleverd van de daadwerkelijke uitvoering van de aangekondigde maatregelen. De Rekenkamer merkte op dat de antwoorden van het bedrijf beperkt bleven tot “standaardformules”, zonder enig bewijs van follow-up of operationele controle. Op lange termijn zou dit kunnen leiden tot een verlies van vertrouwen bij gebruikers met een handicap en een toename van het aantal gerechtelijke procedures.

Incidenten die alledaagse obstakels onthullen

Voor rolstoelgebruikers kan elke reis een uitdaging zijn. Getuigen van de zaak beschreven chauffeurs die wegreden zonder te stoppen, soms omdat ze vonden dat het aanbrengen van de oprijplaat de dienst te veel vertraagde. Andere keren waren de oprijplaten buiten werking door een gebrek aan onderhoud of training van het personeel in het gebruik ervan. Deze technische en organisatorische tekortkomingen werden op verschillende lijnen herhaald, waardoor een gevoel van systematische uitsluiting ontstond.

Naast de incidenten die zijn beoordeeld, mijden veel gebruikers nu het gebruik van de bussen van De Lijn en geven ze de voorkeur aan betaald vervoer of privévervoer. Deze marginalisering heeft een negatieve impact op de onafhankelijkheid van mensen met beperkte mobiliteit, die hun toegang tot werk, gezondheidszorg en het sociale leven zien afnemen. In die zin is de beslissing van het Hof van Beroep een sterke herinnering aan het belang van inclusieve mobiliteit.

Unia en maatschappelijke organisaties verwelkomen het besluit

Unia, het federale antidiscriminatieorgaan, verwelkomde de uitspraak onmiddellijk. Het ziet het als “een steun in de rug voor mensen met beperkte mobiliteit, die recht hebben op een betere toegankelijkheid”. Voor Unia schept de uitspraak in hoger beroep een bemoedigend precedent voor andere gehandicapte gebruikers en zet het De Lijn onder druk om haar investeringen te versnellen.

Lire aussi :  Fietsaccu: wat te doen als je naar een concert, bioscoop of voorstelling gaat?

Meer in het algemeen stellen verenigingen voor de verdediging van de rechten van personen met een handicap een gelijkaardige situatie aan de kaak bij andere Belgische openbare operatoren, met name de MIVB in Brussel en de TEC in Wallonië. In de praktijk werpt deze zaak de vraag op hoe doeltreffend het toezicht op de toegankelijkheidsverplichtingen is en in hoeverre de gewestelijke overheden reageren op tekortkomingen van de netbeheerders.

Naar duurzame verbeteringen?

De Lijn heeft aangekondigd haar vloot te willen moderniseren en de opleiding van chauffeurs te willen verbeteren. De komende maanden zullen beslissend zijn om te bepalen of de operator zijn beloften nakomt. De € 1.300 per incident kan een financiële stimulans zijn, maar loopt ook het risico te worden gezien als een eenvoudige uitgave, zonder de kern van het probleem aan te pakken.

In de praktijk zal de maatschappij een transparant toezicht op reparaties aan hellingen en opleidingsinitiatieven moeten invoeren. Maar deze maatregelen zullen extra financiering vereisen, wat de regionale begroting zou kunnen belasten of tot een verhoging van de tarieven zou kunnen leiden. Uiteindelijk is de uitdaging ervoor te zorgen dat elke bus zonder vertraging toegankelijk is, zodat mobiliteit voor mensen met een handicap een realiteit wordt in plaats van een permanente juridische strijd.

0 reacties

Verwante artikelen