Risicobonus in Etterbeek: een sterk gebaar voor blootgestelde beroepen
De gemeente Etterbeek is de eerste in het Brussels Gewest die een jaarlijkse risicopremie van 1.000 euro bruto toekent aan haar openbare reinigingsinspecteurs. Deze beslissing is een erkenning van het fysieke en verbale geweld, de tijdsdruk en de gezondheidsrisico’s waaraan deze veldwerkers worden blootgesteld.
Wanneer het noteren van een overtreding kan uitmonden in een gewelddadige confrontatie
Elk jaar behandelen de acht Etterbeekse zwerfvuilcontroleurs tussen 800 en 1.000 overtredingen: weggegooide sigarettenpeuken op de openbare weg, sluikstorten, gebroken flessen na 22 uur, enz. Afgelopen mei sloeg een automobilist die betrapt werd op het weggooien van sigarettenpeuken de controleur in het gezicht, waardoor hij naar het ziekenhuis moest. Een paar jaar eerder bekogelden jongeren de patrouillewagen met stenen en werden andere collega’s in het gezicht geslagen omdat ze hen herinnerden aan het verbod om glas na zonsondergang buiten de collectebollen te deponeren.
“We proberen het heel rustig aan te doen, door onze kaart te laten zien en om identificatie te vragen. Als de persoon niet meewerkt, raken de gemoederen snel verhit”, legt Emre Alcayto, een sanctionerende agent, uit. Voordat de politie arriveert, kunnen beledigingen, bedreigingen en fysieke confrontaties binnen enkele ogenblikken uitbarsten. Volgens de lokale overheid rechtvaardigt deze situatie van constante spanning een risicotoeslag voor deze agenten in burger, die dag en nacht patrouilleren.
Gezondheidsrisico’s en werktijden: dagelijks leven onder druk
Schoonmakers worden niet alleen geconfronteerd met aanvallen, maar ook met onzichtbare maar even zorgwekkende gevaren. Wanneer ze met handschoenen en maskers door vuilniszakken snuffelen, kunnen ze gebruikte spuiten, giftige producten of ontbindend organisch afval tegenkomen. “Er zijn gezondheidsrisico’s”, legt Cédric De Myttenaere, hoofd van de afdeling Netheidplan, uit. Om nog maar te zwijgen van de mogelijke verwarring wanneer ze optreden in samenwerking met de politie of het Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Om het illegaal storten effectief te bestrijden, worden bepaalde taken bovendien ’s avonds laat - tot 23.00 uur in de zomer - of heel vroeg in de ochtend uitgevoerd. Surveillances en overwerk worden de regel als het gaat om het opsporen van illegale stortplaatsen of het opruimen van hondenpoep. Deze organisatie, die noodzakelijk is in het veld, legt een zware druk op het privéleven en het welzijn van de medewerkers, waardoor een vorm van financiële compensatie voor de lokale overheid gerechtvaardigd is.
Een sterk begrotingsgebaar… maar beperkt
Tegen de achtergrond van gemeentelijke bezuinigingen verdedigt burgemeester Vincent De Wolf de bonus als een “sterk gebaar”. Met €8.000 extra per jaar voor het hele team lijkt de investering bescheiden. Op individuele basis komt het neer op ongeveer €83 bruto per maand, een bedrag dat volgens de burgemeester “weinig of veel” is, maar dat “een overweging van de autoriteiten” markeert.
Voor de vakbonden is deze toelage welkom, maar het zal niet genoeg zijn om de structurele problemen op te lossen. Critici wijzen op het gebrek aan aanvullende maatregelen: training in conflicthantering, psychologische ondersteuning na traumatische incidenten en meer personeel om de werkdruk te verlagen. Sommige personeelsleden zien de bonus als “een pleister op een diepe wond”, terwijl anderen vrezen dat deze financiële erkenning de arbeidsomstandigheden verhult die even moeilijk blijven als altijd.
Territoriale ongelijkheden: waarom is Etterbeek een uitzondering?
Met de toekenning van deze premie onderscheidt Etterbeek zich in Brussel, waar de meeste gemeenten geen gelijkaardige regeling hebben voor hun schoonmaakinspecteurs. In Anderlecht en Schaarbeek wordt de netheid nog steeds beheerd zonder specifieke risicotoeslag, hoewel het personeel aan vergelijkbare aanvallen wordt blootgesteld. Uiteindelijk zou deze maatregel elders tot identieke eisen kunnen leiden, waardoor de kwestie van regionale harmonisatie van arbeidsvoorwaarden en financiële compensatie voor blootgestelde veldfuncties aan de orde zou komen.
Op nationaal niveau zijn risicotoeslagen gebruikelijker bij de politie en de brandweer, beroepen die historisch als gevaarlijk zijn erkend. Uitbreiding van dit principe naar schoonmaakwerk in de stad roept vragen op over de herdefinitie van wat een “risicoberoep” is en over de consistentie van overheidsbeleid op het gebied van preventie en erkenning van overheidspersoneel.
Preventie, repressie of onderwijs: naar een globale aanpak?
De bonus is bedoeld om de waarde van repressie als aanvulling op burgerpreventie te vergroten. Voor de burgemeester heeft preventie zonder sancties “zijn grenzen” als het gaat om de kwade trouw van bepaalde vervuilers. Op lange termijn zou de strijd tegen onbeschaafdheid echter doeltreffender kunnen zijn als hij gebaseerd zou zijn op burgereducatie: bewustmakingscampagnes, buurtbemiddeling, betrokkenheid van scholen of lokale verenigingen.
Om de impact van deze bonus te meten, zijn indicatoren nodig: vermindering van agressie, daling van het personeelsverloop, verbetering van het werkklimaat. Afgezien van het financiële gebaar is het de vraag of deze bonus op lange termijn de perceptie van het personeel in de openbare ruimte zal veranderen en de burgers ertoe zal aanzetten de netheidsregels te respecteren. Op lange termijn zou Brussel zich kunnen laten inspireren door Europese steden zoals Amsterdam en Kopenhagen, die sancties en bonussen aanvullen met preventieprogramma’s voor burgers en permanente opleiding voor hun netheidsteams.


0 reacties